Adriaan Michielsz. Menninck

kapitein
-luitenant-kolonel

Artikel in De Heraut: Bernard de Merode, luit-stadhouder Friesland 1580-1583.
Op 17-12–1580 wordt hij genoemd, in een brief door Bernard de Merode aan de Ged. van de Geunieerde Provincien.

Adriaan Michielsz. Menninck (ca. 1533 – ca 1595), beeldenstormer, kaperkapitein en watergeus.
Hij werd een jaar na het overlijden van zijn vader met twee broers gelegitimeerd.
Ondanks deze mesailliance werd hij door zijn schoonvader geprotegeerd.
Hij werd verver in het huis de ‘Vogelgrijp’. Hij nam de leiding bij de beeldenstorm in Delft in 1566 samen met zijn zwager Klaas Duyst.
Op 3 september 1567 werd er op zijn goederen beslag gelegd en op 5 november daarna verbeurd verklaard.
Hij vertrok naar Emden en zijn vrouw volgde in 1569 met de kinderen.
Adriaan was een van de watergeuzen! RA Noord Holland: Ruychaver, Toegangsnummer: 147 3 Akte van aanstelling dd. 23 september 1570 van jonker Lancelot van Brederode en Adriaan Menninck gezamenlijk tot overste en kapitein-generaal over de oorlogsschepen in de Ooster- en Wester- Eems door de prins van Oranje, auth. afschrift, z.j. 4 Brief van de prins van Oranje aan jonker Lancelot van Brederode en Adriaen Menninck dd. 23 september 1570 ten geleide van de onder inv. nr. 3 vermelde akte van aanstelling, eigentijds auth. afschrift 11 Akte van overeenkomst tussen kapitein Troij, Ruychaver en Adriaen Menninck over de voorwaarden waarop zij de prins van Oranje te water en te land zullen dienen, z.j., 16e eeuw vermeld in de schepenakten van Arnemuiden: 06-05-1579: Juffrouw Johanna Duijst van Voorhout x capt. Adriaen Menninck contra mr. Hendrick Zonnius. 09-05-1579: Juffrouw Johanna Duijst van Voorhout x capt. Adriaen Menninck contra Dirrick de Vriese namens Jan van Huessen coopman te Amsterdam. 22-05-1579: Juffrouw Johanna Duijst van Voorhout x capt. Adriaen Menninck contra contra Lenaert Heindricks Saij coopman te Rotterdam 30-05-1579: Erfgen. van (racie de la ravelerie) contra huisvrouw van Adriaen Menninck. 13-06-1579: Jacques van der Helst coopman borg voor Juffrouw Johanna Duijst van Voorhout x capt. Adriaen Menninck contra contra Lenaert Heindricks Saij (proc. te Antwerpen 06-11-1578) voor notaris PIeter van Lare de jonge. 14-07-1579: Juffrouw Johanna Duijst van Voorhout x capt. Adriaen Menninck contra Leenaerts Heijndricks Saij; betreft oblig. bij Johanna verleden t.b.v. Douwe Mennes te Leeuwarden over coop van 2 last rogge die zij van Douwe heeft gekocht. NNBW: MBNNINCK (ADRIAAN MICHiELSZ.)of MENNINGH, te Delft geboren, en verwer van zijn ambacht, was een vermaard watergeus.
Volgens zijn vonnis was hij een beeldstormer, had predikanten gehuisvest, was een lid des kerkeraads, en gewapend bij de predikanten tegenwoordig geweest. B o r en H o o f t verhalen dat hij en Derck Joosten te ’s Hage stoutelijk eischten dat men de beelden uit de kerken zou wegnemen, en op de vraag van den president Suys, wie hen daartoe last gaf, met het slaan op de borst antwoordden dat zij dien daar hadden. Brandt evenwel meldt het alleen van Derck Joosten.
Wie het ook deed, zij deden het met bezadigdheid en kracht, geholpen door werklieden, van wege het hof te ’s Hage tot de wégneming der beelden gegeven.
Keeds eer Al v a kwam, was Menninck verbannen met verbeurdverklaring zijner goederen bij eene bijzondere sententie van wege het geregt van Delft, 5 Maart 1567. Doch reeds toen was hij de straf ontvloden, en welligt op dien zelfden dag tegenwoordig bij de nederlaag der geuzen onder Jan van Blois, Jan van Marnix en Pieter Haeck bij Oosterwiel.
Zoo kon hij ook bij den aanslag der genoemden op Middelburg in Februarij tegenwoordig zijn geweest. Ten minste Menninck had reeds in Januarij en vroeger te Dambrugge en elders omtrent Antwerpen volk voor Brederode gewonnen, waarmede hij in het Sticht van Utrecht was getrokken.
Waarschijnlijk hielden zijne soldaten aldaar slecht huis, wijl zij door de huisluiden en maarschalken verdreven werden.
Zij kwamen 12 Jan. 1567 te Vianen, waar zij geld en last eischten van den heer van Brederode, en toen zij hem er niet vonden, scheurden zij het vendel van den stang en gingen uit een. Gelukte de bevrijding des vaderlands toen niet, later zag hij zijne pogingen nog beter bekroond. Hij was een der hoofden van de watergeuzen j toonde zijn ijver en stoutheid op de wateren der Noordzee, en zwierf met zijn spitsbroeders rond tot hij te Kochelle vernam dat het vaderland zijne ballingen in den Briel had ontvangen en zrjn hulp te Vlissingen werd ingeroepen.
Hij zeilde met Tseraerts, Tongerloo, Jeannin en andere hervormden naar Vlissingen, hielp die stad bevestigen, de vloot van Medina Celi verslaan en werd de vice-admiraal van de Eijk, admiraal van Veere, waar hij eenigen tijd in bezetting lag, want, schoon hij het bevel voerde over eene heude (een soort van transport of oorlogschip op de Zeeuwsche stroomen in gebruik) was hij tevens hopman van een vendel soldaten dat van de stad Veere betaald werd.
Hij was een moedig strijder in de Zeeuwsche strijden en zeker bleef hij, zoo al niet langer, tot 9 Aug. 1572 te Veere, doch in Sept. van dat jaar werd hem en L a n c e l o t van B r e d e r o d e door Oranje het bevel over de vloot opgedragen als oversten en kapiteinen generaal over de schepen van oorloge, liggende voor de Ooster-en TVester Eems.
Dit geschiedde om de afwezigheid van den admiraal Lu m b re s, en was een blijk van het vertrouwen dat Oranje in hem stelde. Kort of lang daarna, denkelijk toen Duc o Martena admiraal werd, moet hij de zeedienst hebben verlaten, want wij vinden hem, eenige jaren later, als overste luitenant van den stadhouder van Friesland, den heer van Merode, bevel voerende over diens regement, dat met het regement van Wigbold v a n E u s u m , heer van Nyenoord in de oorlogen tegen Rennenberg grooten lof van moed en trouw behaalde.
Hij hielp het zoo moedig verdedigde Steenwijk ontzetten, nadat hij een deel der troepen van Rennenberg bij Winschoten verslagen en verstrooid had. Hij zelf kwam binnen Steenwijk en hielp de maatregelen van Corp u t doordringen.
Na Sleenwijks ontzet trok hij wederom naar Friesland en beschoot de Lemmer en Sloten, welke plaatsen hij bij verdrag inkreeg.
Veel moed en beleid toonde hij in den hevigen kamp in Friesland en Groningen gestreden, en stelde zijne pogingen in het werk om met den Engelschen bevelhebber Norrits de stad Groningen te belegeren, gelijk hij daartoe zijn ijver bij. Frieslands gedeputeerde staten om de noodige bouwstoffen aanwendde.
Hij wilde namelijk een brug over het Reiddiep slaan om zich met Norrits te kunnen vereenigen.
Doch, schoon de Rennenbergschen door Nyenoord werden geslagen, gelukte zulks niet.
Van de verdere lotgevallen van M e n n i n c k staat niets verder geboekt. Mogelijk was hij in 1581 of 1582, toen de Deensuhe edelman Stein Malt es en hem als overste luitenant van Merode opvolgde, reeds overleden. Zie behalven Bor en Hooft, Brandt, Hist. d. Ref. D. I. bl. 361; ‘sGravesande, Tweede eeuwged, d. Middelb. vrijh. bl. 65; Schotanus, bl. 871; Winsemius, Chr. bl. 684, 702; Fresinga, Memor. bl. 419, volg. 458, 483; Thuanus, Hist. sui temp. ii. LXXI. p. 457; Sent. v. Aha, bl. 247; van Meteren, Ned. Sist. B. II. bl. 42; van G r o n i n g e n , Geschied, der Waterg. bl. ; Wagenaar, Vod. Eist. D. VI. bl. 186, 308?322.

Kenmerken

NaamAdriaan Michielsz. Menninck
Woonplaats-
CompagnieONBEKEND
RangFriese Nassause Regiment - Luitenant-Kolonel
NationaliteitONBEKEND
Officier van:<1580
Officier tot>1580
Vermeld bij:-
Gesneuveld-
(BK nr.)41042
Blog-
Opvolger in ONBEKENDWigle Gales van Hania

Andere luitenant-kolonels

Admiraliteit van Friesland - Kapitein

Admiraliteit van Friesland - Luitenant-Admiraal

Friese Nassause Regiment - kapiteins

Friese Nassause Regiment - Luitenants

Friese Nassause Regiment - Ritmeesters

Groninger Nassause Regiment - Kapiteins

Hoogduitse Nassause Regiment - Kapiteins