Frederick van Vervou
Na zijn huwelijk gaat hij in Dokkum wonen (Vervou/Geschiedenissen)
Woonde te Franeker, op het Martenahuis.
In 1580 vaandrig in compagnie van Johan van Vervou of Steyn Maltesen
Kapitein vanaf 1583.
Willem Lodewijk geeft hem de leiding over een nieuw opgerichte compagnie Duitsers en Vervou kiest dan Egbert Wijbrandts als luitenent, Julius van Eysinga als vaandrig en Nicolaas Platijn en Herman Gerrits als sergeant.
Na een verblijf van 4 maanden in Franeker, gaan ze naar Lemmer en hierna in Sloten, waar voor vier maanden en 7 dagen een bivak wordt opgezet (Vervou/Geschiedenissen, p. 135)
Op 9 mei 1585 aanwezig bij het beleg van de schans Slijkenburg die ingenomen werd.
Meteen hierna werd ook Oldemarkt ingenomen.
Hierina reist hij naar Franeker om in het huwelijk te treden met Jeltje van Oostheim, waarbij stadhouder Willem Lodewijk aanwezig is.
In 1586-okt 1587 in garnizoen in de schans Oterdum (Vervou/Geschiedenissen)
(In de winter weten ze een enorme hoeveel bot te vangen met hun handen)
In 1588 was Hans van Sint Truyden, alias Hans de Klerk zijn luitenant.
Eind 1588 gaat hij in garnizoen te Harlingen, waar hij 19 maanden verblijft.
In april 1589 wordt de schans bij Joure gemaakt, waarbij Vervou de opdracht krijgt deze te maken.
Na de verovering van schans Zoutkamp in 1589, verblijft Vervou hier enige tijd (Vervou/Geschiedenissen, pag. 160)
Hierna gaat hij naar Franeker ivm de begrafenis van zijn schoonmoeder (okt./nov 1589).
Begin 1590 keert Vervou terug naar Zoutkamp en gaat meteen hierna naar de Eewal om de Spaanse troepen tegen te houden.
In 1590 vraagt Vervou om ontslag en hij wordt opgevolgd door Pieter van Leeuwarden en vertrekt hij naar Franeker.
In 1592 is hij bevelhebber van Delfzijl, Oterdum en Reide (Vervou/Geschiedenissen)
In sept. 1593 liggen de kapiteins Johan van den Cornput en Frederick van Vervouw in garnizoen te Bourtange (dagboeken WL)
Vanaf april 1595-1605 is hij hofmeester van stadhouder Willem Lodewijk, hierna volgt Pieter van Regemorter hem op.
In 1604 is hij gouverneur van Emden, waar hij overste over 6 vaandels wordt (Vervou/Geschiedenissen, pag. 235)
Op 7-6-1606 stuurt hij vanuit Emden een brief naar Willem Lodewijk (zie archief).
Commandant van Emden 1604-1608 (Furmerius, pag. 184)
In 11616 lid van de Raad van State.
Afgevaardigde naar de Staten Generaal 1619-1621.
In 1620 is hij namens de Stagen Generaal afgevaardigd naar Engeland en wordt hij in Engeland door de koning tot ridder geslagen.
Schreef in het Album Amicorum van Poppe van Feytsma (europeana collections, 1573-1576).
Albumbijdrage van 3 december 1596 van Frederik van Vervou (1567-1621) in het Album Amicorum van Abel Coenders van Helpen (1564-1629)
‘Enige gedenckveerdige geschiedenissen, tot narichtinge der nakomelingen’, 1568-1610.
Jr. Fredrich van Vervou.
(uitgegeven in 1841 door het Friesch Genootschap)
Enige aenteekeningen van ’t gepasseerde in de vergadering van de Staten-Generaal, 1616-1620.
Jr. Frederick van Vervou
(Uitgegeven in 1874 door het Friesch Genootschap)
Graddy Boven heeft in 2014 een boek geschreven ‘Gedenkwaardige geschiedenissen’ van Frederik van Vervou.
Hij was schrijver der gedenkschriften (periode: 1584-1604) door het Friesch Genootschap uitgegeven (‘Gedenckwaardige geschiedenissen’)
Later is ook de periode 1605-1609 in boekvorm uitgegeven in 1841 (periode Emden)
Later is ook de periode 1616-1620 in boekvorm uitgegeven in 1874 (resterende periode)
http://digicollectie.tresoar.nl/object.php?object=267&menu=1&zveld=23e%20boek&volg=20
Schotanus, ‘van de Friesche Historien, pag. 865 (23e boek), 1580.
http://www.mpaginae.nl/Martena/Peregrinatio1517.htm
Hij was in het bezit van een oud handschrift ‘Pelgrimsreis naar het heilige land, door Hessel van Martena)
‘De Friezen hadden in de Sevenwolden om t stropen en brandschatten te beletten etlijcke hupters? gelegdt ende vier vaendels knechten; van Juw Bottinga, van de stadt Bolswerdt van Fervou ende van Steyn Maltes Deenschen Edelman die in de plaets van hopman Schaghen gekomen was. Om dese te vernestelen sondt Lalain, op den laetsten der Maendt, Snater, Gemen ende Oyenbrug, uyt. De Vaendels van Bottinga ende Bolswerdt de lucht krijghende, packten sich tijdlijck wech, ende lieten de last op de andere twee ende sommige peerden staen: welcke te swack vielen; hoewel sich mannelijck weerende. Steyn Maltes was selve niet up der haudt. Johan van Fervou stelde sijn ende Maltes volck in ordre, ende droeg sich kloeckelijck. Bleef vechtende op de plaets doodt; sijn jongste broeder Georg, storf van der Boeren handen. Sijn ander broeder Frederick, dit ’t vendel droeg ontquam met wennich andere. Dese neerlag geschiedde op de Joure den laetsten dach van october.
http://www.mpaginae.nl/WL/WBWL.htm#niet
Anna werd mede door Vervou ten grave gedragen in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden, met op een tombe twee inscripties: ‘Mihi Christus in vita et in morte est lucrum’ (Fil. 1:20) en ‘Hac in carne mea videbo Deum’ (Job 19). Willem Lodewijk is niet hertrouwd, ondanks enkele bemiddelingspogingen van derden. Het verlies van zijn vrouw is hij nimmer teboven gekomen.
http://images.tresoar.nl/download/quaclappen1613-1620.pdf
8 juli 1613.
352.
Feddric van Vervou te Franeker, als het recht hebbende van Jfr. Anneken Grombach, zijn moeder,
in die qual. erfg. van George van Chalanchy en mediate erfg. van Jacques van Chalanchy, diens
broeder in leven hopman over een vendel soldaten, des Vaelschen (!) regiment.
Contra Jfr. Susanna van Verussijn ? ( Cussium?) HET HOFF ontzegt de req. zijn verzoek.
http://www.mpaginae.nl/WL/WBWL.htm#niet
Uit dit huwelijk werd Frederik van Vervou geboren. Vervou was dus gelieerd aan vooraanstaande adellijke families. De Vervou’s behoorden tot de 63 edele families die Friesland in 1550 rijk was. Vervou was een halfbroer van de watergeus Albrecht van Egmond van Merestein. Hij had een bastaardbroer, David, die als knecht diende bij zijn vader in het Luikse. In zijn lijkrede op Vervou tekende Winsemius over diens verwanten aan: ‘… pro libertate provinciarum gloriosa arma sumpserunt’.
Vervou maakte in 1573 een studiereis naar Leuven en ging naar het contra-reformatorische Dowaai om, zoals destijds gebruikelijk bij een adellijke grand tour, Frans te leren. Daarna trad hij, niet bepaald een logisch uitvloeisel van zijn verblijf in Dowaai, zoals zijn broer Jan van Vervou (1551-1580), toe tot de troepen van de geuzen. Hij was page van de graaf Van der Marck, die in 1578 in zijn armen stierf ten gevolge van een vergiftiging. Vervou vervulde vervolgens allerlei militaire opdrachten.
Onbemiddeld was Vervou niet, want in 1582 leefde hij welbewust ambteloos bij zijn moeder in Franeker. Met een dienaar maakte hij een reis naar het Luikse om de vaderlijke goederen te inspecteren. Hij bewoog zich in de hoogste echelons van de Friese maatschappij. Vele verwanten bekleedden prominente functies. In 1584 trad hij in dienst van Willem Lodewijk, nadat hij eerst Bernard van Merode had gediend. Nadat hij op 5 juli van dat jaar zijn commissie had ontvangen, bleef hij vier maanden met een vendel soldaten in Franeker in garnizoen. In datzelfde jaar vroeg hij op een nacht om drie uur in de kelder Jel van Oosthem bij haar huis ten huwelijk. Hij trouw-
205
de haar tegen de zin van zijn moeder. Zij was een dochter van Hessel van Oosthem, een aangetrouwde kleinzoon van Hessel Martena. Hessel was grietman van Idaarderadeel; hij ging na de komst van Alva in ballingschap. Willem Lodewijk was bij de kerkdienst en op de bruiloft aanwezig. Als legeraanvoerder en bouwer van schansen trok Vervou onophoudelijk door de noordelijke Nederlanden. De tien kinderen uit zijn huwelijk werden in verschillende plaatsen en schansen geboren.
Sedert 1595 was Vervou hofmeester van Willem Lodewijk. Hij maakte zich verdienstelijk als bevelhebber van Delfzijl in 1592; in deze plaats was hij ook ouderling in de gereformeerde kerk. In 1604 werd hij gouverneur in Emden, de stad die Willem Lodewijk beminde als ballingsoord voor gereformeerden uit de Nederlanden. In 1616 werd hij lid van de Raad van State; in 1620 werd Vervou namens de Staten-Generaal afgevaardigd naar Engeland. Vervou overleed in 1621. In zijn testament had hij bepaald dat ‘mijn lichaem d’ aerde, daer aff het gecomen is, willende dattet selvige sonder clockengeluydt, in alle stilligheyt, Christelijcker wijse begraven sal worden’. Na zijn dood tekende de Zutphense predikant Wilhelmus Baudartius (1565-1640) aan: ‘mijnen insonders goeden vrient, ende patroon, die mij in het versaemlen deser historyen seer behulpsaem is geweest, zijn seer neerstich om aen te teeckenen ’t gene daglix hier te lande ende elders was voorgevallen’. Vervou werd bijgezet in de grafkelder van het zeer aanzienlijke Martenahuis. Het familiewapen en een gedicht werden in de Martinikerk gehangen. Zijn devies luidde: ‘Sine labore nihil’. Met de dood van Vervou’s tiende kind, Hessel, stierf het geslacht in mannelijke lijn uit. Hessels dochter Saepk of Sofia overleed in 1671 op het Martenahuis.
Albumbijdrage met portret uit 1574 van Frederick van Vervou in het album van Poppe van Feytsma

Albumbijdrage dd 3 december 1596 van Frederik van Vervou (1567-1621) in het Album Amicorum van Abel Coenders van Helpen (1564-1629)

‘Gedenkwaardige geschiedenissen’.
De avonturen van Frederik van Vervou, hofmeester in dienst van stadhouder Willem Lodewijk.
Graddy Boven, 2014.
Kenmerken
| Nationaliteit | Friesland |
| Naam | Frederick van Vervou |
| Woonplaats | Franeker, Martenahuis |
| Compagnie | C03 HOFMEESTERS |
| Rang | Friese Nassause Regiment - Commandeur Friese Nassause Regiment - kapiteins Friese Nassause Regiment - Vaandrigs Garnizoen Hofmeester |
| Officier van: | 1583 en 1595 |
| Officier tot | 1595 en 1605 |
| Vermeld bij: |
|
| Gesneuveld | - |
| Portret/State/Familiewapen | ![]() |
| Afbeeldingen | Familiewapen State Overige Overige Album Amicorum Album Amicorum Boeken/artikelen Boeken/artikelen Boeken/artikelen |
| (BK nr.) | 22276 |
| Blog | - |
| Opvolger in C03 | Pieter van Leeuwarden |
Carrière
| Vaandrig in compagnie C248 van <1580 tot ? |
| Kapitein in compagnie C03 van 1583 tot 1590/1595? |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN FRANEKER van 1583 tot 1583 |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN SLOTEN van 1584/1585 tot ? |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN HARLINGEN van 1588 tot 1590 |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN ZOUTKAMP van 1589 tot 1590 |
| Commandeur in compagnie DELFZIJL van 1592 tot ? |
| Commandeur in compagnie GARNIZOEN DELFZIJL van 1592 tot ? |
| Commandeur in compagnie REIDE van 1592 tot ? |
| Commandeur in compagnie OTERDUM van 1592 tot ? |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN BOURTANGE van sept. 1593 tot ? |
| Commandeur in compagnie EMDEN van 1604 tot 1608 |
| Commandeur in compagnie GARNIZOEN EMDEN van 1604 tot 1608 |
Andere kapiteins
Admiraliteit van Friesland - Kapitein
Admiraliteit van Friesland - Luitenant-Admiraal
Drost
Friese Nassause Regiment - Commandeur
- Adriaen Slijp
- Arent van Arentsma
- Damas van Loo
- Frans Harinxma van Donia
- Hans van Oostheim
- Hessel Hotzes van Aysma
- Ids van Eminga
- Quirijn de Blau
- Taecke Hommes van Hettinga
- Tjalling Douwes van Sixma
- Tjerck van Solckema
- Wigle Dyes van Hania
Friese Nassause Regiment - Cornet
Friese Nassause Regiment - kapiteins
- Barnardus Ketel
- Binnert van Heringa
- Bonefacius van Scheltema
- Doecke Hayes van Rinia
- Doecke van Hemmema
- Douwe Aylva van Loo
- Douwe Laeses van Glins
- Douwe Poppes van Andringa
- Epe van Heemstra
- Frans Aebinga van Humalda
- Frans van Cammingha
- Frans van Roussel
- Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
- Gosewijn van Wiedenfelt
- Harmen van Wonsdorp
- Hoyte van Goslinga
- Idzart van Grovestins
- Jacob van Roussel
- Jacob van Ruffelaer
- Jacques van Challansi
- Jacques van Oenema
- Jan Gerckes Hoptilla
- Jan Sageman
- Jan van Burmania
- Jan van Idsaerda
- Jarich van Hottinga
- Johan van Bonga
- Juw van Eysinga
- Juw van Harinxma
- Leendert Huijghis
- Lodewijk Douwes van Harinxma
- Lolle Jarichs van Ockinga
- Ludolf Potter
- Michiel Hagen
- Philip van Boshuizen
- Rencke van Lycklama
- Rienck van Dekema
- Rienck van Sytzama
- Rogier Adriaansz. Slijp
- Ruurd van Feytsma
- Seerp van Dijxtra
- Simon Jongestall
- Sybe van Aylva
- Sybren Sybrens van Walta
- Taecke Lieuwes
- Tiete van Galama
- Tjaard Jansen Wederspan
- Willem van Inthiema
- Wopcke Ottes van Herema








