Filips van Nassau-Dietz
In de kerk te Arnhem is zijn grafkelder.
Vermeld in dagboeken WL 1585-1595
Een Sr. le Comte Philippe de Nassau liep mee in de lijkstatie van zijn vader Willem van Oranje in 1584, zie plaat 11.
In 1591 aanwezig bij Beleg van Zutphen.
(zijn naam op tekening vermeld)
In 1594 aanwezig bij het Beleg van Groningen (reductie)
Zie zijn portret van hem in de Leeuwardenreeks.
opschrift linksboven: Graef Philips / van Nassau
opschrift rechtsboven: Ætatis 29 / gebleven bij den / Rhijn Aº i595
ca. 1609-1633 (1609 – 1633), anoniem.
Portret van Philips van Nassau-Dietz (1566-1595)
eerste kwart 17de eeuw (1600 – 1625)
Jan van Teylingen
Stadhouderlijk Hof:
Portret van Willem Lodewijk van Nassau-Dietz (1560-1620), Lodewijk Günther van Nassau-Dietz (1575-1604), Ernst Casimir van Nassau-Dietz (1573-1632) en Philips van Nassau-Dietz (1566-1595)
22-11-1595 dagboeken WL:
S[ijn] Exc[ellentie] manu Di[eu] van[de] compaignie van graff Philips die patententen van[de] 2 vanen to Swol en[de] Sutphen.
29-11-1595:
S[ijne] Exc[ellentie] dat S[ijn] G[e]n[ade] graff Philips compaignie nit en begeert en[de] liever
sage dat sie Ryhoven kreeg.
In Westfries museum te Hoorn:
Portret van Philips van Nassau-Dietz (1566-1595)
studeerde met zijn neef Maurits van Oranje te Leiden in 1583; kolonel infanterie in Staatse dienst 1585; gouverneur van Gorinchem 1586-1587; gouverneur van Nijmegen na 1591; zwaar gewond in de strijd bij Dinslaken, overleed hij de volgende dag te Rijnberk; in Arnhem begraven
Jan van Teylingen, Portretten van kapiteins, gerepartitieerd op het Noorderkwartier
Serie betreft 55 officiersportretten uit ca 1640-1650: 27 keer een kapitein en 28 van Graven van Nassaus.
opschrift rechtsboven: 21
Datering: ca. 1640-1650 (1640 – 1650), volgens opgave museum
schouderportret man naar rechts, platte geplooide kraag, metalen borststuk
en om rechterarm een oranje sjaal geknoopt;’21’, ‘Philips Comes Nass:
fraterErnest Casimir’
Groepsportret van vier graven Nassau: Willem Lodewijk, Lodewijk Gunther, Ernst Casimir, Philips van Nassau-Dietz.
Geschilderd door atelier Wybrand de Geest, 1628-1632.
(Fries Museum)
https://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog07_01/aa__001biog07_01_0160.php
FILIPS, graaf van Nassau, Vianden, Dietz, Dillenburg, enz. werd te Dillenburg in 1566 geboren en was de zoon van Joan, graaf van Nassau, de oude, en van Elisabeth, dochter van den landgraaf van Leuchtenberg. Reeds vroeg in den wapenhandel onderwezen, trad hij op jeugdigen leeftijd in dienst, werd in 1585 Gouverneur van Gorinchem, Woudrichem en Loevestein, en nam in 1586 deel aan Leicester’s togt tegen Parma, in het aartsbisdom van Keulen. Na de inneming van Nijmegen door Prins Maurits, bij welks belegering hij in 1591 tegenwoordig was, werd hij tot bevelhebber dier vesting aangesteld. Van dezen post zich uitmuntend kwijtende, bleef hij echter niet achter in het bestrijden van den algemeenen vijand, en deed hij in Januarij 1593 een togt naar Luxemburg, waar wel zijne aanslag op St. Vijt mislukte, maar waar hem toch grooten buit ten deel viel.
In het volgende jaar teruggekeerd, nam hij deel aan schier al de ondernemingen van Maurits, en betoonde daarbij eene dapperheid, die aan vermetelheid grensde. Veel bragt hij toe aan de vermeestering van Groningen in 1594, waar hij het eerst de bres binnentrok, en hij werd in October met twintig vendelen soldaten naar Frankrijk gezonden, om Hendrik IV bij te staan tegen Parma; ook werkte hij krachtdadig mede tot de zege, waar de terugtogt van laatstgenoemde het gevolg van was. Hij veroverde verscheidene plaatsen in Luxemburg, doch zich met den Hertog van Bouillon willende vereenigen, had hij het ongeluk aan het hoofd van vier benden ruiters door de legermagt van den Graaf van Mansfeld te worden omsingeld; het gelukte hem evenwel door den vijand heen te slaan, en hij werd daarbij gekwetst. Door de Staten teruggeroepen, nam hij deel aan de belegering van Grol, welke stad door Mondragon ontzet werd. Bij die gelegenheid door Maurits met vijfhonderd ruiters uitgezonden, om eenige kornetten ruiters van den vijand aan te tasten, werd hij daarbij in den buik gewond en gevangen genomen. Naar Rijnberk gevoerd, werd hij behoorlijk verpleegd, doch overleed op den 1sten September, een dag na het gevecht. Zijn lijk, en dat van Graaf Ernst van Solms, werd door Mondragon aan Maurits gezonden, en den 22sten October daaraanvolgende met groote staatsie in de groote kerk te Arnhem begraven. Zijn dood werd algemeen betreurd; inzonderheid door Prins Maurits, met wien bij te Leiden gestudeerd had. Mondragon zelf erkende zijne dapperheid, en zijn oudste broeder Graaf Willem Lodewijk mogt met regt aan zijn vader schrijven dat hij den naam van Nassau met eer in het graf gedragen had, en een parel onder zijne broeders geweest was. Jammer dat hij zich, naar de gewoonte van zijnen tijd, niet ontzag, om wel eens eenen te sterken dronk te doen, die hem dan tot roekeloosheid deed overslaan. Had hij een langer leven gehad, dan ware hij, meer bedaard geworden zijnde, een ervaren krijgsman geworden, van wien nog zooveel voor het vaderland te verwachten was. Zijne afbeelding ziet het licht.

Detail van de lijkstatie van Willem van Oranje (1533-1584), plaat 11.
Hierop staat Philips van Nassau afgebeeld.
(Rijksmuseum)

De grote schans bij verrassing op 24 mei en de stad Zutphen op 30 mei 1591 ingenomen door Maurits.
Getekend door Bartholomeus Dolendo, 1600-1601.
(www.wikipedia.nl)
*detail, met in het midden met:
nr. 1: ‘Hier lach zijn Excell. met Graef Philips van Nassau met 8 vaendelen voet-volck’
nr. 2: ‘Hier Graef Willem van Nassau; met 10 vaendelen Vriessche lantsknechten’.
Kenmerken
| Nationaliteit | NEDERLAND |
| Naam | Filips van Nassau-Dietz |
| Woonplaats | - |
| Compagnie | ONBEKEND 1500-1600 |
| Rang | Staats Regiment - kolonel |
| Officier van: | <1585 |
| Officier tot | 1595 |
| Vermeld bij: | |
| Gesneuveld | Ja |
| Portret/State/Familiewapen | ![]() |
| Afbeeldingen | Lijkstatie Beleg, fort, etc. |
| (BK nr.) | 34152 |
| Blog | - |
| Voorganger in ONBEKEND 1500-1600 | Hans van Sandstede |
| Opvolger in ONBEKEND 1500-1600 | Jan VI van Nassau-Dillenburg |
Andere Staatse kolonels
Admiraliteit van Friesland - Kapitein
Admiraliteit van Friesland - Luitenant-Admiraal
Drost
Friese Nassause Regiment - Commandeur
- Adriaen Slijp
- Arent van Arentsma
- Damas van Loo
- Frans Harinxma van Donia
- Hans van Oostheim
- Hessel Hotzes van Aysma
- Ids van Eminga
- Quirijn de Blau
- Taecke Hommes van Hettinga
- Tjalling Douwes van Sixma
- Tjerck van Solckema
- Wigle Dyes van Hania
Friese Nassause Regiment - Cornet
Friese Nassause Regiment - kapiteins
- Barnardus Ketel
- Binnert van Heringa
- Bonefacius van Scheltema
- Doecke Hayes van Rinia
- Doecke van Hemmema
- Douwe Aylva van Loo
- Douwe Laeses van Glins
- Douwe Poppes van Andringa
- Epe van Heemstra
- Frans Aebinga van Humalda
- Frans van Cammingha
- Frans van Roussel
- Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
- Gosewijn van Wiedenfelt
- Harmen van Wonsdorp
- Hoyte van Goslinga
- Idzart van Grovestins
- Jacob van Roussel
- Jacob van Ruffelaer
- Jacques van Challansi
- Jacques van Oenema
- Jan Gerckes Hoptilla
- Jan Sageman
- Jan van Burmania
- Jan van Idsaerda
- Jarich van Hottinga
- Johan van Bonga
- Juw van Eysinga
- Juw van Harinxma
- Leendert Huijghis
- Lodewijk Douwes van Harinxma
- Lolle Jarichs van Ockinga
- Ludolf Potter
- Michiel Hagen
- Philip van Boshuizen
- Rencke van Lycklama
- Rienck van Dekema
- Rienck van Sytzama
- Rogier Adriaansz. Slijp
- Ruurd van Feytsma
- Seerp van Dijxtra
- Simon Jongestall
- Sybe van Aylva
- Sybren Sybrens van Walta
- Taecke Lieuwes
- Tiete van Galama
- Tjaard Jansen Wederspan
- Willem van Inthiema
- Wopcke Ottes van Herema



