Makkum – Haytsma State

Zwanendrift te Makkum, Haytsma State

Uit de archiefstukken van 1781 (zie hieronder) blijkt dat deze zwanendrift bij Makkum hoorde, ‘omtrent Jakle Zet’ in de Parragaaster Grote Meer.
Een andere getuige meldt dat het ‘digt bij Allingawier in de Mackumermeer’ was.
Een derde getuige zegt: ‘in den Parragaster Meer tusschen Jackle Zeth en Vierhuijs onder Allingawier’

Omgeving Makkum, met de Makkumermeer, Jackle Zet, Vierhuysen en Parragaster Meer.
(Schotanuskaart, 1718)


Lees ook: http://www.stinseninfriesland.nl/HaytsmaStateMakkum.htm

Na de dood van Bonne van Donia in 1665 vererft de State op zijn zus Rixt Keympes Harinxma van Donia en daarna tot de brand in 1732 was de state in het bezit van de Gravinne Carelson. Zij gaat opnieuw de State verhuren.

De gravinne Carelson, Isabella Suzanna genaamd, was dochter van George Frederick thoe Schwartzenberg, grietman van Menaameradeel en van zijn vrouw Doedt van Holdinga. Zij trouwde in 1685 met Gustav Carelson, een zoon van de Zweedse koning Karel X.
In 1690 erfde zij alle bezittingen van Rixt Keympes Harinxma van Donia, de weduwe van Watze Frans Cammingha.
Onder deze bezittingen zal zich ook de Haytsmastate hebben bevonden
Haytsma State zal na de dood van ‘gravin Carlson’ in 1723 in handen van de familie thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg zijn gebleven.

Haytsma State te Makkum.
Getekend door J. Stellingwerf in 1722.
(Fries Museum)


REGISTER FAN SWANNEJACHTEN

MAKKUM, twa swannejachten, sj. Burmania Hs. 1021a, side 3
en Sminia 1572.

Uit: It boek fan de swan.
Tsj. Gs. de Vries, 1959.
https://www.mpaginae.nl/Frl/zwanen.htm


Fokel van Haytsma (ong. 1600-1653).
Gehuwd met Pieter Johans van Herema.
Zij woonde met haar man te Tjerkwerd op Walta State, maar waarschijnlijk was dit merk nog van Haytsma State te Makkum.
Twee zwanenmerken.

Twee zwanenmerken van Fokel van Haytsma (ong. 1600-1653).
Uit: Swaneboeck, ong. 1637


NB: Bonne van Donia (1624-1665) erfde Haytsma State te Makkum, via zijn moeder Ebel Haytsma.
Zijn vrouw Barbera van Camstra hertrouwde na Bonne zijn dood in 1668 met Jarich Heres van Ockinga.


Verkoop van zwanenmerk door Popck Lieuwes aan Bonne van Donia in 1661.

Popck Lijckledr. naegelaten weduwe van w: Pier Lieuwes
tot Allingawier ick doe condigh ende bekenne mits
deesen voor mij ende mijnnen Erffgenamen vercoght gecedeert
getransporteert aen Jr. Bonne van Donia ende Juffr.
Berbara van Camstra echtel: t Maccum sekeren
swaane merck in voegen ende gelijckc mij ’t selve is
toebehorende met alle d’oude ende Jonge swaanen
tegenwoordich daer bij sijnde, gemerckt aen t’
neb aende rechter sijde twee karven ende aende
lincker voet twee buijten spleten sonder anders
voor de somma van vijftich car guld de gulden
twintich strs; doende gereet gelt welcke
coopers ick vercooperse bekenne dat mij van de
echtel. coopers bij overleveringe deses ten volsten
voldaen ende betaelt sijn waeraff ick haer edelen bedancke
ende desen passere voor enen vollen vrijen coopbrieff
generale eynstellende absolute quitantie
overdrage der selven d’ coopers ende haere erffgenamen den
directen waaren vrijen eijgendom mitsgaders den
ledigen realen ende actualen possessie van ’t vercochte
swaane merck cum annexis ter eijnde sij ’t selve
na desen propria autheritate? sullen moogen
aenvaerden, besitten, gebruijcken ende in alles daermede doen ende laten ’t gene een ijder
met sijn vrij eijgen gelieft ende rechte te doen geoorlovet is
sonder contradictie van mij vercoperse off iemandt mijnen
wegen, immers aenneme? ende gelove
vor mij ende mijne erffgenamen de coopers ende haren erven
t vercochte swaenemerck cum. annexis t’ allen
tijden van menschenhanden actie ende luijden
aenspraecke uijtte sullen leveren hoeden ende waeren
ende voorts pro?uitione? te lauden? soo des
nae rechte be?  oude hipoteecqh van alle
mijne …. hebbende ende
toecomende goederen geenepe?   …
deselvce benefende mijn persoon onder den E. Hove
van Vrieslandt Wonseradeel ende alle andere
gerechten ter eerster justantie justiabel, alles
oprecht t orconde mijn gewoontlijcken verteekeninge
ende ’t mijnder bede d’ handt       Jeltonis Annij
Notarus Publicus in Maccum desen 7en februarij 1661

dit is Popck X Lijckles
eijgen geset merk ende Actum ….

tekening van merk:

Zwanenmerk, getekend in verkoopakte zwanenmerk in 1661.


Ick onder geschrevene bekenne ontfangen te hebben
uijt handen van de ontfanger Ruurdt Pijters de
somma van ses carolij gulden en dat voor ses
jonge swaenen op mijn heer van Ockinga merck
gemerckt en aen de ontfanger ruirdt Pijters geleevert
bedancke de voorschreven Ruirdt Pijters voor goede
betaelinge en passeert  dit voor goede quijtansie
Heeden den 18 augustij 1695

(Tresoar)


Onderstaande briefwisselingen over de illegale jacht op zwanen op de zwanendrift van Wilco baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1738-1788), grietman van Wonseradeel van 1758-1788.
Ontvangen via Theo Terpstra dd 29-11-2025.

Op 9 mei 1781 wordt te Allingawier de volgende verklaring opgenomen.

Jan Pijtters Felsen woonagtig te Allingawier en Douwe Wijbes woonagtig te Verwoude en Harmen Sipkes woonagtig te Workum en Wopke Gerkes woonagtig te Parraga, dewijl wij op den 2 maij 1781 omtrent Jakle Zet in de Parragaaster Grote Meer waren wij het allen gehoort en gesien hebben dat Frans Bouwens en Hindrik Rinnerts Drost beide van Mackum digt onder de wal van Alle Jarigs land in gemelde Meer een swaan hebben dood geschooten. En ik Gerben Rinties woonagtig te Allingawier verclare mede bij desen dat gemelde personen van Mackum op saturdag den 28e april 1781 digt bij Allingawier in de Mackumermeer een swaan hebben dood geschoten.

Dit bovenstaande verclaren wij alle de opregte waarheit te zijn dus bereid zijnde als ’t de raad vereist het selve met solemnele ede te bevestigen, in kennisse onser handen beneffens die van de dorpregter B. Broersma present bij de vertekening van Jan Velsen, Douwe Wijbes, Harmen Sipkes en Gerben Rinties. Actum in Allingawier den 9 maij 1781. Volgen zes handtekeningen.

 

Op 19 mei 1781 stuurt grietman Schwartzenberg vanuit Leeuwarden de attestatien terug aan Wiarda te Bolsward waarbij het schrijft ‘en de meeste gevoelens zijn dat de informatien ordinario modo genomen aan ’t Hof dienden over te worden gesonden. In ’t hooft der informatien dient te staen Inf etc over ’t doot schieten en ontvreemden van oude zwaenen uijt mijn jagt, als wanneer de attestatien in informatien kunnen verandert worden en als dan er depositien bij dat het in mijn jagt was ’t geen Jan en executeur kunnen weeten en teffens hoe veel door ’t stellen de jagt in executeur sijn tijd vermindert is kunnen Cees en Bisitter maendag sulks wel doen want dingsdag is het Hof vergadert. De delinquenten moeten voor dat er antwoord is niet worden geaprehendeert.

 

Op 20 mei 1781 worden vastgelegd de informatiën genomen bij Haije Haijtsma, meede regter van Wonseradeel, en Hans Willem Wiarda, secretaris aldaar, ter instantie van de procureur fiscal deezer deele rat. off clager, over ’t doodschieten en ontvreemden van oude swaanen uit de jagt van de HwGeboren Heere Jr. Wilco Baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, grietman over voorschreven deele, en ten beswaare van Frans Bouwens en Hendrik Drots, beijde visschers te mackum, beclaagden.

 

Jan Pijtter Velsen, visser te Allingawier, oud in zijn 61e jaar, geciteerd, geëdigd en geëxamineerd ter instantie van de procureur fiscal deese deele rat.off. verklaarde voor de suijvere en oprechte waarheijd dat de getuijge int visschen zijnde in den Parragaaster Meer tusschen Jackle Zeth en Vierhuijs onder Allingawier, op woensdag den 2 meij 1791 ’s avonds tusschen 6 a 7 uur, benevens eenen Douwe Wijbes, visscher van Ferwoude, Wopke Gerkes, visscher van Parraga, en Harmen Sipkes, visscher van Worcum die zeedert is overleeden maar aldaar visschende, hebben gezien dat Frans Bouwes en Hendrik Drost, visscher van Mackum, aldaar meede quamen met een bootje, dat zij toen alle zagen dat Hendrik Drost voornoemd uijt zijn bootje schoot een oude swaan die van zijn nest af quam dood, dewelke zij in haar schipke namen en voeren daar met weg door Vierhuijs heen na Bruijndeer, denkelijk met het oogmerk om daar meer andere swaanen te schieten, dat hun egter voor die keer mislukte. Edog zijn onder hun dorpe deese tijd nog verscheijde oude swaanen vermist en alle nesten ontleedigt en geruineerd. Dat dit is in de swaane jagt van grietman Schwartzenberg voornoemt, dat men zeedert langen tijd altoos al quaade suspicie op de voorschreven Frans Douwes en Hendrik Drost heeft gehad en vernomen nopens het dood schieten van swaanen en wegneemen van deselven eijeren, dat hier door zeedert korte jaaren meer dan de helft van de oude swaanen die er andersints altoos waaren vermist worden en dus de jagt vermindert is, waar meede deselve deese zijne depositie sloot en vercleeft dan bij na voorleezinge.

 

Wopke Gerkes, visser te Parraga, oud int 37e jaar, geciteerd, geëdigd en geëxamineerd als vooren, verklaarde waar te zijn,

Douwe Wijbes, visscher te Ferwoude, oud int 48e jaar na best onthoud,

Gerben Raatjes, arbeijder te Allingawier, oud int 31e jaar,

alle conform de attestaten.

 

Evert Jochums, executeur van Wonseradeel te Higtum, oud int 65e jaar, dat hij lange jaaren d’jagt voor de grietman heeft waargenomen, dat die van tijd tot tijd wel 2/3 part is vermindert door doodschieten en weggenomen der eijeren sampt besteelen van dien, dat zij lange geen daders of daders hadden kunnen ontdekken dan onlangs Frans Bouwes en Hendrik Drost op wien zeedert lange quaade suspicie waren gevallen dat zij sig daar aan schuldig maakten.

Jan Jeremias, adsistent int 66e jaar, alles gelijk, als oude en jonge swaanen en eijeren.

 

Bovenstaande informatiën worden op 20 mei 1781 door Haijtsma en Wiarda aan het Hof van Friesland toegezonden met de vraag hoedanig zij zich nopens de beclaagden verders sullen hebben te gedragen.

 

Nadere informatien genomen bij ons Haije Haijtsma, meede regter van Wonseradeel gevoegd met Hans Willem Wiarda, secretaris aldaar, ter requisitie van hun Edele Mogende de Heeren Raden ’s Hoffs van Friesland (ongedateerd).

Pijtter Jans Velsen, visscher te Exmorra, oud int 28e jaar, geciteerd , geedigt en geexamineerd zijnde ter requisitie als vooren, verklaarde voor de opregte waarheijd dat de getuijge na beste onthoud in de maand november 1780 is geweest om met een groot geweer te schieten de noordwal langs van onder Wons na de Cleijne Zijlroede onder Mackum met een schipke dat hij bij een hofke aldaar opt eind der Mackumermeer ontdekte de persoon van Frans Bouwens van mackum opt land en sag dat die persoon twee of drie jonge swaanen vong en die met sig nam na Mackum uijtgaande, alwaar hij woonde, dat niemand meer bij hem was en dus daar van geen aanclagte van heeft gedaan, alwaarom hij ook geen nette dag en datum heeft onthouden, dat deese swaanen waaren gekomen en gebroedt in de jagt van grietman Schwartzenberg, alwaar de getuige diestijds woonde, en meer dan de saak niet weetende dan bij gerugte slot deesen na ..aelectie en verbleef daar bij.[1]

[1] Brieven betreffende strafzaken, archiefnummer 13-43, inventarisnummer 001, vanaf blad 136 image 142



Kenmerken

OmschrijvingMakkum – Haytsma State
Plaatsnaam / dorpMakkum
Nummer040
LandNederland
ProvincieFriesland
GebiedWestergo
GrietenijWonseradeel
TypeZwanendrift
Zwanenhalsband-
Beschrijving kriteJa
Dateringong. 1637, 1661, 1781
Afbeeldingen