Goslick van Herema
Woonde te Langackerschans (1654).
Godscalcus ab Heerma werd op 22-5-1619 student te Franeker en op 20-3-1623 te Marburg.
In 1631 werden er 8 nieuwe compagnies opgericht (SvO), waaronder die van Goslick van Heerma.
In 1633 doet hij de eed als kapitein.
Op 10-9-1636 wordt hij benoemd tot kapitein als opvolger van wijlen S(igimundus) Craal.
Op 28-4-1637 werd Gosewijn van Wijdenvelt kapitein, als opvolger van Goslick van Herema.
Op 22-4-1637 werd Goslick van Herema kapitein als opvolger van Jacob van Roussel.
In 1642 behoort de weduwnaar (?) Goslick van Herema uit Tjerkwerd tot de genodigden voor het gastmaal na het overlijden van Jarich van Liauckema.
Johannes van Heemstra werd op 23-7-1659 luitenant in de compagnie van kapitein G(oslick) van Heerma, als opvolger van S. van Adelen.
Op 20-8-1658 werd hij opgevolgd door kapitein Jacob Cock.
Hij was kapitein in het leger (1638,1652,1674).
Hij testeerde in 1674 in Leeuwarden (EEE-4-369).
Zie leedbrief begrafenis Tjaert van Walta, 12-1-1654
Woonplaats: Langacker
x – Cap[itey]n Goslick van Heerma, commandeur in Langackerschans, ende zijn huysvre.
http://www.mpaginae.nl/MurBak/leedbrieven.htm
e-mail van Joop van Campen dd 11-3-2018.
Bron: Bron: Register van uitgaande brieven, 1635 – 1667, 1672 – 1745, 1747 – 1798.
Er zijn 26 delen, inv.nrs. 397- 422. Toegang 1 inv.nr. 401 (01-01-1657 – 30-04-1664).
26-11-1657.
Aan Goslinck van Herema, commandeur in de Langackerschans
Edele Erentfeste etc.
Alzo wij aan zekere Koninklijke Deense overste met 200 mannen nieuw geworven volk liggende op het dorp Hede in Westfalen door de fortresse van de Bourtange pas hebben vergund om door Westerwoldingerland tot en op U Ed: onder zich hebbende fortresse te mogen marcheren en van daar op hun eigen kosten en lasten ter schip gebracht te worden naar hun gedestineerde rendevous. Zo hebben wij nodig geacht U Ed: daarvan bij deze expresse op tijd notitie te geven om verdacht te kunnen zijn en goede zorg dragen, dat zijn onder zich hebbende fortresse daardoor in geen de minste ongelegenheid mag komen te geraken, waartoe ons verlatende etc. Gedateerd 26 november 1657.
e-mail van Joop van Campen dd 11-3-2018.
13-10-1658.
Aan Zijne Vorstelijke Doorluchtigheid de heer Stadhouder.
Allereerst verontschuldigen de Staten van Stad en Lande zich voor hun late reactie op zijn schrijven d.d. 5 september als antwoord op hun missive d.d. 3 september j.l. Oorzaak: Zij hebben nauwelijks vergaderd omdat noodzakelijke reparaties aan het College moesten worden uitgevoerd.
De missive van de Stadhouder heeft betrekking op het commandeurschap van de Langackerschans, dat gedaan is door kapitein Goslick van Herema op de persoon van kapitein Jan van Roorda. Wij hebben niet mogen ledig staan Uwe Vorstelijke Doorluchtigheid van de ware geschapenheid der zaken te informeren promitterende voor eerst, dat nooit bij onze predecesseuren enige vergeving van de commandeurschappen binnen Coevorden of Lieroort noch voor noch na het gemaakte reglement tussen beide provincies in het jaar 1651 is ondernomen veel minder gedaan, gelijk de heren Gedeputeerden van de provincie van Friesland schijnen te sustineren, maar is in facto waar dat uit kracht van het eerste artikel van voorschreven reglement de provincie van Friesland de eerste tourbeurt in het vergeven van de commandementen toegestaan zijnde bij hun heren Gedeputeerden de collatie van het commandeurschap binnen de Langackerschans op de kapitein Goslick van Herema is gedaan en alhier daarna in het jaar 1655 op 23 november aan kapitein Jan Gruis i.p.v. wijlen Dato Alberts Bonnema in de schans van Bellingwolde, zulks dat aan de provincie van Friesland de derde tourbeurt weder vervallen, zijnde dezelve hebben vermogen en behoren uit kracht van dezelfde tourbeurt de bestelling te doen van het commandeurschap binnen Lieroort, zo bij de heren Raad van State op 9 juni 1656 i.p.v. de overste luitenant Johan Polman op de persoon van kapitein Rudolph de Sijghers is gedaan waarvan het verzuim, als zijnde buiten onze tourbeurt, niet ons maar de heren Gedeputeerden van de provincie van Friesland of de heren Gecommitteerden van dezelfde provincie ter vergadering van de heren Raad van State residerende, staat te imputeren, deze niettegenstaande heeft haar Ed: Mo: geliefd ongeacht dezelfde provincie tourbeurt niet in achting was genomen op 23 juni van voorschreven jaar 1656 het commandeurschap van de Bourtange door kapitein Gerrit Ammema doen bekleden, het welk wij om over voorschreven defaut in geen dispuut te geraken tacite laten glisceren, hoewel ons de bestelling daarvan notoirlijk was competerende dat bij de heren Gedeputeerde Staten van de provincie van Friesland in eventum wordt bijgebracht om de zaak enigszins te salveren alsof het commandement niet was vacant gemaakt doordien het maar een transport zou zijn van de ene op de andere persoon beide van goede gezondheid is gans niet relevant, alzo zulke manier van doen is strijdig tegen de notoire tekst van het eerste artikel van het reglement dicterende met expresse woorden DOOR VERSTERF OF ANDERS en ons zulk in gelijke casu niet heeft mogen gelingen in het voorgenomen transport van het commando binnen de Bourtange van de overste luitenant Eppo Gockinga op de persoon van kapitein Hendrick van der Wenge, het welk wij op het hoogwijs advies van Uwe Vorstelijke Doorluchtigheid niet hebben willen in het werk stellen, maar daarmede stil gestaan, om aan de provincie van Friesland geen de minste onbrage (?) te geven van enig dispuut, alle welke reden en motieven, zo bij ons in het kort zijn aangetogen bij Uwe Vorstelijke Doorluchtigheid inziende ons rechtmatige sustinerende zaak daarheen te dirigeren dat de provincie van Friesland hun gegeven commissie zal gelieven te doen cesseren en ons met de bestelling van meergemelde commandeurschap laten geweren, het welk wij van Uwe Vorstelijke Doorluchtigheid serieus zijn verzoekende, ten einde de goede nabuurschap en de hoognodige onderlinge correspondentie van beide provincies in geen dele door dusdanige misverstanden mogen komen te verflauwen maar door neder legging van dezelve van dag tot dag zodanig aanwassen, dat God de Heer en beiderzijds ingezetenen daarin mogen hebben een goed behagen, waartoe zoveel in ons is gaarne alles zullen contribueren, waarmede sluitende bevelen etc. Groningen, 13 oktober 1658. Op 14 oktober gaat een vergelijkbaar schrijven aan de heren Gedeputeerde Staten van de provincie van Friesland.
Kenmerken
| Nationaliteit | Friesland |
| Naam | Goslick van Herema |
| Woonplaats | Langackerschans |
| Compagnie | C16 C37 |
| Rang | Friese Nassause Regiment - Commandeur Friese Nassause Regiment - kapiteins Garnizoen |
| Officier van: | 1631 en 1637 |
| Officier tot | 1637 en 1658 |
| Vermeld bij: | |
| Gesneuveld | - |
| Portret/State/Familiewapen | ja |
| Afbeeldingen | State Familiewapen |
| (BK nr.) | 34009 |
| Blog | - |
| Voorganger in C16 | N. Bisschop |
| Opvolger in C16 | Bruno Assuerus van Vierssen |
Carrière
| Kapitein in compagnie C37 van 1631 tot 28-4-1637 |
| Kapitein in compagnie C16 van 22-4-1637 tot 20-8-1658 |
| Commandeur in compagnie NIEUWESCHANS van 1657 tot 1658 |
| Kapitein in compagnie GARNIZOEN NIEUWESCHANS van 1657 tot 1658 |
Andere kapiteins
Admiraliteit van Friesland - Kapitein
Admiraliteit van Friesland - Luitenant-Admiraal
Drost
Friese Nassause Regiment - Commandeur
- Adriaen Slijp
- Arent van Arentsma
- Damas van Loo
- Frans Harinxma van Donia
- Hans van Oostheim
- Hessel Hotzes van Aysma
- Ids van Eminga
- Quirijn de Blau
- Taecke Hommes van Hettinga
- Tjalling Douwes van Sixma
- Tjerck van Solckema
- Wigle Dyes van Hania
Friese Nassause Regiment - Cornet
Friese Nassause Regiment - kapiteins
- Barnardus Ketel
- Binnert van Heringa
- Bonefacius van Scheltema
- Doecke Hayes van Rinia
- Doecke van Hemmema
- Douwe Aylva van Loo
- Douwe Laeses van Glins
- Douwe Poppes van Andringa
- Epe van Heemstra
- Frans Aebinga van Humalda
- Frans van Cammingha
- Frans van Roussel
- Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
- Gosewijn van Wiedenfelt
- Harmen van Wonsdorp
- Hoyte van Goslinga
- Idzart van Grovestins
- Jacob van Roussel
- Jacob van Ruffelaer
- Jacques van Challansi
- Jacques van Oenema
- Jan Gerckes Hoptilla
- Jan Sageman
- Jan van Burmania
- Jan van Idsaerda
- Jarich van Hottinga
- Johan van Bonga
- Juw van Eysinga
- Juw van Harinxma
- Leendert Huijghis
- Lodewijk Douwes van Harinxma
- Lolle Jarichs van Ockinga
- Ludolf Potter
- Michiel Hagen
- Philip van Boshuizen
- Rencke van Lycklama
- Rienck van Dekema
- Rienck van Sytzama
- Rogier Adriaansz. Slijp
- Ruurd van Feytsma
- Seerp van Dijxtra
- Simon Jongestall
- Sybe van Aylva
- Sybren Sybrens van Walta
- Taecke Lieuwes
- Tiete van Galama
- Tjaard Jansen Wederspan
- Willem van Inthiema
- Wopcke Ottes van Herema

